Afgelopen week las ik het mooie boekje Ma van Mirjam Evers over tussentijd en tussenruimte. Dat we veel meer tussenruimte nodig hebben dan ons hoofd lijkt te denken. “Die ogenschijnlijke momenten waarin niets hoeft en alles mag ontstaan”. Tijd om te pruttelen en tijd om dingen door ons heen te laten komen in plaats van alles maar zelf te verzinnen met ons hoofd.
Tussentijd betekent voor mij ook nog iets anders. Fases in het leven van niet weten. Fases na heftige gebeurtenissen, afscheid, maar ook bijvoorbeeld de overgang, langdurige periode van ziek zijn. Fases waarin tijd nodig is om dingen te verwerken, om juist dan wat meer achterover te leunen. Ruimte te maken voor bezinning, zodat beetje bij beetje volgende stappen duidelijk worden.
Het ritme van de seizoenen als steun
Elk jaar is de winter eigenlijk ook een tussentijd. Een tijd van stilstaan, rusten, op adem komen, energie verzamelen voor een nieuw jaar. Ik kan het nu heel goed voelen, zo aan het einde van de winter. Dat mijn hoofd van alles wil, maar de energie is er simpelweg nog niet. Net als buiten.
Terwijl ik dit typ valt er een winderig zonnetje door het raam. Het zonlicht heeft al een beetje warmte. Dat voelde ik afgelopen weekend ook toen ik even tegen een boom leunde. En dit leunen, dit heel bewust ervaren van het ritme van de seizoenen is zo helpend in deze tijden in de wereld waarin er zoveel niet weten is. Het geeft me steun. Het herinnert me eraan dat niet alles nu hoeft, dat groei een traag proces is.
Innerlijke rust vinden door ruimte te nemen
Ik merk steeds meer hoe belangrijk het is om tussenruimte te nemen. Ergens las ik de zin dat we ook zouden kunnen kiezen om een leven te leiden met veel ruimte, dat dat de prioriteit is en vanuit daar brokjes werk eraan toevoegen. Dat vond ik een mooi beeld. Want vaak koppelen we succes of waarde aan de hoeveelheid werk die we doen, hoeveel we verdienen, wat we allemaal hebben.
Gek eigenlijk dat we daar zoveel waarde aan hangen. Want er is zoveel moois in het leven, in het kleine. De eerste knoppen die aan de bomen komen. Tinka poes met een glanzende vacht naast me op tafel. Het ontstaan van een tekening uit mijn handen, een mooi boek om te lezen, een fijn gesprek met een geliefde. Eigenlijk is het leven zo rijk, als we durven vertragen en kunnen zien wat er allemaal is. En dat is veel meer dan werk of rennen en racen om alles maar voor elkaar te krijgen.
Afgelopen week was ik even zelf op pad langs de Waddenzee. Ik deed eigenlijk niet zo veel bijzonders, behalve wandelen door de sneeuw en alleen zijn in mijn eigen ruimte. Dit soort dingen doen geven tussenruimte. Ruimte om te zijn. Tijd om dingen door me heen te laten komen in plaats van alles eindeloos te bedenken. Het is een veel zachtere manier van zijn. Een manier die gebaseerd is op vertrouwen.
Van onrust naar innerlijke vrede
En dat is wat tussentijd en -ruimte ons kunnen geven: vertrouwen en veel meer innerlijke vrede. Het is ok, ik ben ok. Zo bewegen we langzaam door het wiel van de seizoenen, begint de lente bijna weer, zie je het elke dag wat eerder licht worden. Een fase van het jaar om nog voorzichtig te zijn met nieuwe plannen, je kunt ze niet zomaar uit de grond trekken.
Het ritme van de seizoenen gaat veel trager dan ons hoofd. En als we ons daaraan over kunnen geven dan kunnen we zakken. Ook als we even doordraaien, telkens weer zakken op de aarde onder ons, in een veel groter ritme dan alleen onze eigen gedachten.
Herken je dit ook? Die behoefte aan meer ruimte, aan het leren vertrouwen op een natuurlijk ritme? Innerlijke rust vinden vraagt niet om harder werken of meer doen, maar juist om vertragen. Om te durven stoppen en te luisteren naar wat er echt is.
Neem de ruimte die je nodig hebt. Leun tegen een boom. En vertrouw erop dat de lente komt, ook al voel je de energie nog niet.